EERSTE LEZING: Jesaja 49,1-7
TWEEDE LEZING: 1 Korintiërs 1,1-9
EVANGELIE: Mattheüs 4,12-22
Soms word ik bij het horen en lezen van de Bijbel door een klein detail getroffen en vraag ik me af waarom die zin of mededeling er staat en waarom die me niet eerder is opgevallen? Wij horen vandaag dat Jezus ‘met voorbijgaan van Nazareth’, Kafarnaum als zijn woonplaats kiest. De stad is gelegen in het gebied van Galilea dat bekend stond als het land van de heidenen. Het was ver weg van Jeruzalem, waar zich de bovenlaag van de bevolking bevond. De mensen die het allemaal heel goed wisten, de wetgeleerden en zij die het voor het zeggen hadden in tempel en staat. Nu zouden we zeggen: zij daar uit Den Haag! Er is weinig veranderd.
Mattheüs doet dit met een heel bijzondere bedoeling, want hij wil Jezus van meet af aan plaatsen in de traditie van Mozes en de profeten die de gevestigde orde aan het twijfelen brengen door hun vragen naar de oorspronkelijke bedoeling van de woorden in de Schrift. Jesaja verkondigt in zijn dagen dat er licht zal opgaan ver van de plaats waar het verwacht werd, in het onbeduidende land van Naftali en Zebulon, in het Overjordaanse. Dat licht wordt belichaamd in een kind dat de rollen zal omkeren: eersten zullen laatsten zijn en machthebbers vallen van hun tronen!
Als Mattheüs vandaag die woorden van Jesaja gebruikt om Jezus te typeren, maakt hij ons erop attent dat wij Jezus niet moeten beoordelen naar zijn natuurlijke afkomst, als de zoon van de timmerman uit Nazareth, maar in de traditie van de profeten. Daarom horen wij ook dat, nadat Johannes de Doper was overgeleverd, Hij in zijn voetspoor treedt om de komst van het koninkrijk te verkondigen. Jezus staat in de traditie van de profeten en dat maakt Hem in zekere zin tot een bedreiging. Het is als met de wijzen uit het Oosten: niet Jeruzalem en de Schriftgeleerden, maar vreemden zien het licht. Uit een onverwachte hoek klinken woorden van bevrijding en redding.
Om over na te denken. Steeds weer opnieuw moeten mensen weggehaald worden van de duisternis en de chaos waarin zij verkeren. Van het juk dat op hen drukt, van alles wat hen kleineert en onmondig maakt. Welke kansen hebben wij hier als OGH? We mogen beseffen dat wij het leed van de ander niet kunnen keren. Wel kunnen we een schuilplaats zijn, een schouder waarop men kan uithuilen. Onze gemeenschap, ons huis kan een plek zijn om rust te geven. Zo zijn wij samen een klein Kafarnaum. Een plek waar en nieuw licht op is gegaan, een plek van rust en vertroosting!
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
