Een hongerdoek, ook wel vastengordijn genoemd, is een doek die in de veertigdagentijd kan worden opgehangen boven het priesterkoor, opdat het altaar en de crucifix aan het zicht van de gelovigen worden onttrokken.
In de komende 40 dagen tijd willen we opnieuw dit hongerdoek uit 1978 gebruiken, Hangend voor het gordijn.
Het doek heet de druivenpers.

Dit hongerdoek uit Ethiopië, - een land vol honger en geweld- werd geschilderd door Alemayehu Bizuneh, een in 1981 overleden vrijwel blinde Ethiopische kunstenaar.
Middels vijf Bijbelse motieven zoekt hij naar en antwoord op vragen van de lijdensgeschiedenis van de wereld en doet hij een oproep tot bekering, tot anders leven.
Het doek voert de kijker via tien taferelen spiraalsgewijze naar het midden.
|
1.
|
|
2. |
3. |
4. |
|
10.
|
|
11. |
|
5. |
|
9.
|
|
8. |
7. |
6. |
Het vertrekpunt is het 'twee luiktafereel’ Iinks boven:
het verhaal over Kaïn en Abe] (1), gevolgd door dat van Noach en de zondvloed (2-4) en Jezus ontmoeting met Zacheiis (5-8).
De twee volgende afbeeldingen hebben Jezus ‘bevrijdende’ optreden (genezing van allerlei kwalen, (9) het wonder van de broodvermenigvuldiging, (1O) tot onderwerp.
In het hart van het doek twee in elkaar gevlochten Bijbelse motieven:
de lijdende dienstknecht (Jes. 52-53) en de druivenpers (Jes, 63).
De "rode draad" is het bloed van de lijdende Christus, dat zich vermengt met de uitgeperste druiven.
Het hongerdoek is ook het uitgangspunt van de vieringen in de 40 dagentijd.
Namens de liturgiecommissie
Marian ten Thij
