Viering zondag 25 oktober
EERSTE LEZING: Deuteronomium 6,1-9
De lezing benadrukt het belang van trouw aan God. Het volk Israël wordt opgeroepen Gods geboden te onderhouden, Hem lief te hebben met heel zijn hart, ziel en kracht, en deze woorden voortdurend door te geven aan de volgende generaties en in het dagelijks leven centraal te stellen.
TWEEDE LEZING: 1 Thessalonicenzen 2,1-8
In deze lezing blikt Paulus terug op zijn verkondiging in Thessaloniki. Hij benadrukt dat hij het evangelie moedig en oprecht heeft gebracht, zonder eigenbelang of misleiding. Vanuit liefde zorgde hij voor de gelovigen als een moeder voor haar kinderen en gaf hij zichzelf volledig aan hen.
EVANGELIE: Mattheüs 22,34-46
In deze lezing vat Jezus de wet samen in twee geboden: God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Daarna stelt Hij een vraag over de Messias, waarmee Hij laat zien dat de Christus meer is dan alleen een afstammeling van David: Hij is ook diens Heer.
Veel mensen zijn op zoek naar geluk en vinden niet het geluk waarnaar ze zoeken, of ze vinden slechts tijdelijk geluk of geluk met beperktheden. Hoe kun je echt geluk vinden? Moeilijk om een antwoord te vinden, zeker als je tegenslagen ervaart in je leven. Het echte geluk voor ons christenen is gebaseerd op de liefde van God voor ons en vanuit dit geschenk kiezen wij voor Hem. Maar misschien kan je dit alleen maar zeggen als je het zelf ervaren hebt. Want de wereld laat ons geloven dat enkel roem en succes telt, het doel van het leven is genieten en geld verdienen. Succes is nooit voldoende en vraagt altijd om meer succes.
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Dit vers verklaart het ware geluk in een notendop. Alle ander geboden die God ons nog gegeven heeft zijn verpakt in dit gebod. God beminnen is het allerbelangrijkste, het eerste. Alles begint bij het liefhebben van God. Door God gehoorzaam te zijn geeft Hij ons de kracht om te dienen in vreugde en we zullen de weg vinden. Eerst God liefhebben en dan worden dingen duidelijker. God liefhebben is een passie hebben voor God. Hebben wij die passie? God vraagt ons niet om het onmogelijke, hij vraagt ons gewoon Hem alleen intens te beminnen.
Jezus wil ons vandaag vertellen: Gods geboden zijn voor ons goed. Als iedereen de tien geboden als de gouden regel zou aannemen, dan zouden er heel veel problemen opgelost zijn in de wereld. Maar ook wij lopen soms weg, het komt ons niet uit, of we weten dat we falen; we weten dat we niet doen wat God van ons verlangt, dus we willen er allemaal niet zo over nadenken.
Waarom hebben, we geboden nodig? Het antwoord is heel eenvoudig. Kijken we naar ons handelen in ons eigen leven. We geven onze kinderen ook geboden; om hen te beschermen, om hen te brengen tot het ware geluk. God doet hetzelfde met ons. Door zijn geboden wil hij ons brengen tot het ware geluk. Elke regel die we hebben voor onze kinderen is voor hun goed omdat we van hen houden. Ook God geeft ons regels voor onze bevrijding en bescherming.
Laat ons vandaag starten om onze liefde tot God te hernieuwen. God staat te wachten om ons te overladen met zijn liefde maar we krijgen enkel contact wanneer we ons lichaam en geest, ons denken en handelen in harmonie brengen voor Hem, onze God en Schepper. Zo kunnen we Hem eer brengen.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
Viering zondag 23 augustus
EERSTE LEZING: Jesaja 51,1-6
In deze lezing roept Jesaja het volk op terug te kijken naar Gods trouw aan Abraham en Sara. De profeet bemoedigt de gelovigen om op de Heer te vertrouwen: zoals Hij vroeger redding bracht, zo zal Hij ook nu verlossing schenken. Gods gerechtigheid en heil zijn blijvend en gelden voor alle volken.
TWEEDE LEZING: Romeinen 11,25-36
In deze lezing legt Paulus uit dat Israëls verharding slechts tijdelijk is. Uiteindelijk zal God zowel Joden als niet-Joden in zijn heilsplan opnemen. Hij benadrukt Gods barmhartigheid, wijsheid en ondoorgrondelijke wegen, en eindigt met een lofprijzing op Gods grootheid en majesteit.
EVANGELIE: Mattheüs 16,21-27
In deze lezing kondigt Jezus zijn lijden, dood en verrijzenis aan. Wanneer Petrus dit afwijst, wijst Jezus hem terecht. Daarna leert Hij dat ware navolging zelfverloochening, het opnemen van het kruis en bereidheid tot offer vraagt om het ware leven te winnen.
Dat Jezus heeft geleden, is gekruisigd en gestorven en op de derde dag opgestaan; dat is ons als het ware met de paplepel ingegoten. Dat verkondigt de kerk al twintig eeuwen, oud nieuws. Maar als de leerlingen het voor het eerst horen, dat het zó zal gaan, is de reactie van hun voorman Petrus fel en emotioneel. Dat verhoede God! Dat zal u zeker niet gebeuren! Er klinkt iets van onbegrip en ontreddering in door, gevoelens die wij bij dit ‘nieuws’ al lang zijn kwijtgeraakt.
Zelfverloochening is het tegenovergestelde van zelfhandhaving. De wereld is op dat laatste ingesteld. Alles wat mensen doen, is op zelfhandhaving gericht. Zelfs in onze goede daden, in wat we voor anderen doet, speelt dat nog mee. Eigen belang, je krijgt er een goed gevoel voor terug; het is bevredigend om iets voor een ander te kunnen betekenen.
Dat is ook niet per se verkeerd, maar zelfverloochening is nog wat anders. Het is haast iets onmenselijks, maar dat is wat Jezus doet. En dat roept zoveel ergernis op, dat de mensen hem niet moeten. Daarom moet hij lijden, niet omdat hij dat zo graag wil, maar omdat dat de onvermijdelijke consequenties is van de liefde die hij leeft, de onvoorwaardelijke overgave aan de wil van God.
Het meest menselijke zijn wij als wij op ons zelf blijven, maar als wij ons verbinden met andere mensen. Alleen zo behouden wij onze menselijkheid. Niet door krampachtig op je eigen ego georiënteerd te blijven en alles voor eigen doeleinden aan te wenden, maar door je te begeven in de wereld, door je te verbinden met anderen, en zo Jezus’ liefde te leven en door te geven.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
Viering zondag 30 augustus
EERSTE LEZING: Jeremia 7,23-28
Korte uitleg: de lezing gaat over gehoorzaamheid aan God. God herinnert het volk eraan dat Hij vooral trouw en luisteren verlangt, maar het volk negeert zijn woorden en volgt zijn eigen weg. Ondanks herhaalde waarschuwingen van de profeten blijft het ongehoorzaam, waardoor de waarheid en trouw verdwijnen.
TWEEDE LEZING: Romeinen 12,1-8
Korte uitleg: de lezing gaat over een leven dat aan God is toegewijd. Paulus roept gelovigen op zich te laten vernieuwen in hun denken, Gods wil te zoeken en hun gaven nederig in te zetten. Iedereen heeft verschillende talenten, maar samen vormen zij één gemeenschap die elkaar dient.
EVANGELIE: Mattheüs 17,14-20
Korte uitleg: Jezus geneest een jongen die door een demon wordt gekweld. De leerlingen konden hem niet genezen vanwege hun gebrek aan geloof. Jezus leert dat zelfs een geloof zo klein als een mosterdzaadje grote dingen mogelijk maakt en dat geloof kracht geeft om moeilijkheden te overwinnen.

Viering zondag 9 augustus
EERSTE LEZING: Jona 2,2-11
Jona bidt vanuit de buik van een grote vis tot God. Hij roept God om hulp, erkent zijn afhankelijkheid en dankt Hem voor zijn redding. De lezing gaat over berouw, vertrouwen op God en Gods bevrijdende kracht in moeilijke situaties.
TWEEDE LEZING: Romeinen 9,1-5
De lezing gaat over Paulus’ diepe verdriet dat veel Israëlieten Jezus niet erkennen als de Messias. Hij benadrukt zijn liefde voor zijn volk en noemt de bijzondere voorrechten die Israël van God heeft ontvangen, waaronder het verbond, de wet, de beloften en de afkomst van Christus.
EVANGELIE: Mattheüs 14,22-33
De lezing beschrijft hoe Jezus over het water loopt naar zijn discipelen tijdens een storm. Petrus stapt op Jezus’ uitnodiging ook uit de boot, maar begint te zinken door zijn twijfel. De lezing gaat over geloof, vertrouwen op Jezus en Gods hulp in moeilijke omstandigheden.

Viering zondag 17 mei
EERSTE LEZING: Ezechiël 39,21-29
TWEEDE LEZING: 1 Petrus 4,12-19
EVANGELIE: Johannes 17,1-13
Het was een spannende dag. Ze had er geweldig tegen opgezien. Tegen de operatie die ze moest ondergaan. Wat zouden ze allemaal vinden? Zou de operatie slagen? Hoe zou ze er doorheen komen? Hoe lang zou ze nodig hebben om te herstellen? Vragen die door haar hoofd maalden. En vooral: zou het met de kinderen allemaal goed gaan, nu ze enige tijd niet thuis zou zijn? Toen ze haar naar de operatiekamer brachten, herinnerde zij zich ineens wat een goede vriendin tegen haar gezegd had. De dag voor de operatie was ze nog even bij haar gekomen. Ze had gezegd: ik zal op het moment van de operatie voor je bidden. En het was net alsof er een last van haar schouders viel. Ik ben in goede handen! Er wordt voor mij gebeden!
Soms kan dat je bemoedigen, te weten dat er mensen zijn die voor je bidden! Als er zorgen zijn op je werk of met je gezondheid. Als er problemen zijn op school met een van je kinderen of zorgen in je huwelijk. Dat er dan mensen zijn die heel concreet aan je denken in hun gebed. Mensen waarvan je weet: zij zoeken het aangezicht van God voor mij.
Jezus bidt voor de leerlingen omdat zij in de wereld achterblijven. In de wereld bevindt zich namelijk hun werkterrein. Daar voltrekt zich hun missie. Onder de mensen. Op al die plekken waar ook tegenkrachten zijn, waar gebrokenheid is, waar zoveel door de zonde kapot is gemaakt. Daar, op die plek!
Laten we steeds weer beseffen dat er op ons leven een roeping rust. Na de viering van vandaag worden we weer uitgezonden. Een week ligt voor ons. Waar bent u deze week? Er zijn misschien handen, die alleen u kunt vasthouden. Oren die wachten op een woord van jou. Noden waarin alleen u kunt voorzien. Deuren die alleen voor jou opengaan. Een vriend of vriendin, een van je buren of collega’s, voor wie alleen jij iets kunt doen. Dat is de plek om te dienen, om de liefde van Christus handen en voeten te geven.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
Viering zondag 19 april
EERSTE LEZING: Jesaja 43,1-12
TWEEDE LEZING: 1 Petrus 1,17-23
EVANGELIE: Johannes 21,1-14
Twee leerlingen van Jezus lopen een hele dag samen op met een onbekende man en pas tijdens de maaltijd, in het simpele gebaar van het breken van het brood, herkennen ze in hem ineens Jezus, de opgestane Heer. Vandaag horen we een van de andere verschijningsverhalen. Op het strand, bij een houtvuurtje, herkennen de leerlingen Jezus, levend en nabij. Ook in ons verhaal licht in het heel gewone iets bijzonders op. Na de prachtige jaren die ze met Jezus samen hebben doorgebracht en na de enerverende, treurige gebeurtenissen rond zijn dood, zijn ze weer thuis: Petrus en de andere leerlingen, terug in Galilea. En het leven gaat door, heel gewoon.
Ook al gebeuren de meest vreselijke dingen, het wordt toch tijd om een hapje te eten, tijd om naar bed te gaan en weer op te staan, om je aan te kleden en aan het werk te gaan. Zo gaat dat, en dat is niet alleen na iets treurigs trouwens. Ook na een feest moet gewoon de afwas weer gedaan worden. Het gewone leven en het trouw ter hand nemen van alles dat moet gebeuren, dat kan op zulke momenten echt een zegen zijn. Daarom is het mooi dat Petrus zegt: Ik ga vissen. De anderen gaan met hem mee. Even kun je het idee hebben dat er niets gebeurd is. Het is alsof de tijd heeft stil gestaan want het is precies zoals voor hun eerste ontmoeting met Jezus, daar aan het meer. Ze pakken de draad van hun leven weer op.
Het is niet Petrus die de vreemdeling herkent, maar een andere leerling, die helemaal niet bij naam genoemd wordt. Van hem wordt alleen gezegd dat Jezus van hem hield. Ik denk dat Jezus van al zijn leerlingen hield, maar kennelijk was deze leerling iemand die dat ook echt kon ontvangen. Hij kon zich helemaal laten liefhebben. Hij kon de liefde van Jezus toelaten en dan word je zelf ook liefde. En ik stel me voor dat terwijl Petrus en die anderen druk aan het werk zijn, deze leerling een beetje dromerig voor zich uit zit te kijken. Hij kijkt met de ogen van zijn hart en ziet dat er iets bijzonders aan de hand is. Je zou kunnen zeggen dat deze leerling staat voor een andere kant in ons, die we ook allemaal wel hebben. De kant van lang en liefdevol kijken naar wat er is. De diepte peilen, je verwonderen, de kostbaarheid, de liefde van God ontdekken. Ook dat hebben we allemaal, maar in de drukte van het doen komt die kant van ons wel eens in het gedrang.
Vandaag horen we dat geven en ontvangen in elkaar overgaan. Je ontvangt een paar visjes en je legt er een paar visjes bij. Dat is de eenvoud van het delen. En zulke momenten kun je God heel dichtbij voelen. Iets van Gods liefde breekt door in je leven. De leerlingen durven niet te vragen aan de vreemdeling: Bent u het, Jezus? Maar ze weten het. Ook dat is eigenlijk zo herkenbaar. Als je zo’n kostbaar moment van ontroering, van diepte, van liefde ervaart, dan weet je het met al je vezels.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
Witte Donderdag
De viering op Witte Donderdag 2 april om 19.30 uur wordt gehouden in het Stiltecentrum in plaats van in de Theaterzaal.
De reden hiervan is dat de Theaterzaal de hele dag 2 april door Mediant is verhuurd aan een gezelschap van ongeveer 200 personen. Dit is abusievelijk al een jaar geleden gebeurd en is niet meer terug te draaien. Dit is de eerste keer dat dit ons gebeurt en er zijn afspraken gemaakt om zoiets in de toekomst te voorkomen.
Met vriendelijke groet,
Albert Fransen namens de ORH
Viering zondag 22 maart
Vijfde zondag van de veertigdagentijd
EERSTE LEZING: Ezechiël 37,1-14
TWEEDE LEZING: Romeinen 8,8-11
EVANGELIE: Mattheus 14,13-24
Jezus zoekt de stilte. Hij wil alleen zijn. Hij is in rouw om de dood van Johannes, zijn voorloper. Maar als Jezus op een eenzame plaats is aangekomen dan komen ook daar veel mensen naar Hem toe. Ze zoeken Hem. Ze verwachten dat Hij hen helpt. Jezus schakelt zijn leerlingen in: geven jullie hun maar te eten.
Vandaag komen er ook veel mensen naar ons toe. Vluchtelingen bijvoorbeeld. Hoe reageren wij als leerlingen van Jezus? Hoe schakelt Jezus ons vandaag in? Jezus geeft zijn leerlingen de opdracht: wat Ik jullie geef, dat moeten jullie aan de mensen uitdelen. Wat betekent dat voor ons als zijn leerlingen?
Stel je voor: je bent op het strand. Je bent net aangekomen met een bootje. Maar dan gebeurt dit: vijfduizend mannen én ook veel vrouwen en kinderen komen naar je toe. Ze hebben een lange tijd gelopen. Ze zijn vermoeid. Innerlijk gewond. Eenzaam. Ze hebben zieke mensen bij zich. Ze zoeken jou. Ze verwachten van jou dat jij hen helpt. Dat je hun zieken beter maakt.
Ze komen allemaal met hun eigen geschiedenis. Kun jij iets voor hen betekenen? Je ziet het verlangen in hun ogen. Ze verwachten dat jij hun nood in elk geval iets kunt verlichten. Jij wou graag alleen zijn. Je had zelf net iets ergs meegemaakt. Je hebt wel even genoeg aan je eigen rouw. Maar je ziet de ogen van de mensen. Je kijkt hen in de ogen. En je kunt het niet over je hart krijgen om hen weg te sturen zonder hen te helpen. Je helpt hen waar je kunt.
Jij bent niet Jezus, de Zoon van God. Jij kunt niet met één woord hun zieken beter maken. Of aan hen hun doden teruggeven. Jij kunt niet van vijf broden en twee vissen meer dan 500 mensen eten geven. Maar je doet wel wat je kan. Je schakelt hulptroepen in. Je ondersteunt of je werkt mee aan inzamelingsacties. Je leeft mee. Je bent er. Je merkt dat ze dat al enorm waarderen: dat er iemand voor hen is. Dat iemand hen ziet. Dat iemand op hen betrokken is. Dat hebben ze al zolang gemist. Je doet wat jij kan om hun nood lichter te maken. Je helpt hen op weg naar een betere toekomst.
Jezus zal ook jou erop uitsturen. Hij zal zeggen: zie je al die mensen met hun diepe, diepe verlangens? Zie jij wat zij het hardst nodig hebben? Jij weet dat, omdat jij dat ook bij jouzelf hebt gezien! En daarom: Ik stuur jou. Ga er op uit. En alles wat je van mij hebt gekregen, deel dat aan anderen uit.
Voorganger in deze viering is pastor Frank Beuger.
